Nieuwe richtlijn

Op 1 maart 2009 is een nieuwe wettelijke regeling van kracht die eenheid en structuur moet brengen in het gebruik van zwaailichten en sirenes op de voertuigen van hulpverleningsdiensten.

De consequenties van deze regeling zijn:

Eenduidige technische eisen, aangescherpte gedragsregels voor chauffeurs, en misschien wel het belangrijkste, een nieuw geluid, namelijk elke hulpverleningsdienst dezelfde tweetonige sirene.

Voor alle duidelijkheid, dit betekent dat de nu nog drietonige sirene in de ambulancesector gaat verdwijnen. Op afstand is dus aan de sirene niet meer te horen of er een brandweerwagen, een politiewagen of een ambulance aan komt.

Doel van de nieuwe regeling:

In de oude situatie waren veel aspecten van het gebruik van optische en geluidssignalen niet wettelijk vastgelegd. Hierdoor waren er geen eenduidige eisen waaraan de kwaliteit van zwaailichten, lichtbalken en sirenes kon worden getoetst, laat staan dat er toezicht was op de kwaliteit.

Daardoor is er een grote verscheidenheid ontstaan in het gebruik van licht- en geluidsets. De nieuwe wettelijke regeling legt heel expliciet vast, van wat moet en wat mag, en alles wat niet onder één van die twee noemers valt is dus uitdrukkelijk verboden.

De technische eisen:

De belangrijkste verandering als gevolg van de regeling zijn de eisen die worden gesteld aan de lichtarmaturen en sirene-installaties. Dit betekent dat alle hulpverleningsvoertuigen verplicht zijn om een gecertificeerde set lichtarmaturen (zwaailichten, lichtbalken en flitslichten) te voeren, volgens de ECE65 norm, voor blauw is dit klasse 1 en voor oranje is dit klasse 2.

Tevens wordt op alle voertuigen tevens een geel zwaai- of flitslicht verplicht. Voor de politie en de ambulance is dit een hele verandering, de meeste voertuigen van deze diensten zijn nu nog niet uitgerust met een dergelijk zwaailicht. Het gele en blauwe zwaailicht moet rondom zichtbaar zijn.

In combinatie met de dakset mag er ook gebruik gemaakt worden van een set met blauwe flits- of knipperlichten op een wettelijk voorgeschreven hoogte aan de voorzijde van het voertuig.

Een groen zwaai- of knipperlicht geeft aan dat dit ter plaatse het commando- of coördinatievoertuig is. In de praktijk werden dergelijke groene lichten al toegepast, maar waren formeel niet toegestaan, vanaf 1 januari 2009 is dit ook wettelijk toegestaan.

Het nieuwe geluid:

Zoals in bovenstaande tekst vermeld is er een tweetonig signaal ontwikkeld die een einde maakt aan alle verschillende toonhoogtes die tot dusver gebruikt werden. Deze keuze is bewust gemaakt, omdat dit signaal niet alleen in Nederland gebruikt word maar ook in veel andere Europese landen. Om de hoorbaarheid in het verkeer te verbeteren, wordt ook het geluidsvolume aangepast. Het volume overdag moet minimaal 110 dB bedragen, ’s nachts mag het iets minder zijn, minimaal 100 dB.

Wie mogen zwaailichten en sirenes voeren:

De nieuwe regeling is duidelijk de kerndiensten (Brandweer, politie en ambulance) mogen zwaailichten en sirenes voeren. Deze diensten zijn verplicht om hun voertuigen te voorzien van de standaard striping en van gecertificeerde optische en geluidsignalen.

Tevens is de regeling van toepassing op de zogenoemde “aangewezen diensten” die ook een hulpverleningstaak kunnen hebben. Bijvoorbeeld de Milieu ongevallendienst van het RIVM, het explosieve opruimingscommando van de Koninklijke Landmacht en de reddingsbrigades met een spoedeisende redding- of rampenbestrijdingstaak (de volledige lijst “Aangewezen diensten” staat hieronder apart vermeld).

Deze aangewezen diensten zijn echter niet verplicht de BZK-striping te voeren, maar moeten voor weggebruikers wel via een eigen logo of huisstijl als hulpverleningsvoertuig zichtbaar en herkenbaar zijn. De zwaailichten en sirenes die door hen worden gebruikt, moeten ook aan de nieuwe technische eisen voldoen.

Overgangstermijn:

De nieuwe regeling gaat per 1 maart 2009 in, echter dit betekent niet dat alle hulpverleningsvoertuigen op die dag conform de regeling moeten zijn uitgerust. Nieuwe voertuigen die na deze datum worden opgeleverd, moeten met de gecertificeerde sets zijn uitgerust. Voor bestaande voertuigen geldt een overgangstermijn van vijf jaar. Voertuigen die binnen die termijn worden afgeschreven hoeven daardoor niet voor die paar jaar met een nieuwe set te worden uitgerust. Voor de rest van het wagen park is de termijn binnen vijf jaar de sets laten vervangen.

Wie mogen zwaailicht en sirene voeren?

Kerndiensten: Brandweer, Politie, Ambulance.

Aangewezen diensten: Rampenbestrijdingseenheden van het Nederlandse Rode Kruis, Stichting Sanquin (bloedbank), ProRail, Calamiteitenbestrijdingsdienst, Arrondissementale stafdienst Amsterdam (justitie), Landelijke Vervoersdienst Justitie, Landelijke Bijzondere Bijstandsverlening DJI, Milieudienst Zuid-Holland, DCMR Milieudienst Rijnmond, Rotterdam Port Authority, door de KNBRD aangewezen reddingsbrigades met een spoedeisende hulpverlening- en/of rampentaak, door de ministeries van BZK, Defensie, Justitie, VenW, VROM en VWS aangewezen diensten met een spoedeisende taak in de crisisbeheersing of rampenbestrijding.